MagazineRecensie

Garen spinnen bij de Zes

  • Words

    Christophe De Schauvre

Een paar weken geleden verscheen ‘De Zes — Het onvertelde verhaal van de Zes van Antwerpen’ waarin Oscar van den Boogaard de mythe rond de Zes van Antwerpen ontrafelt. Het is een noodzakelijk boek, niet in de laatste plaats omdat het aantoont hoe de modewereld nog steeds de vruchten plukt van het Limburgse terroir.

Oscar van den Boogaard, die zijn status als literair auteur nadrukkelijk én vaak etaleert, hanteert een onorthodoxe vorm. Hij opent met een bijna psychologische ‘familie-opstelling’: de zes ontwerpers bijeengedreven in het auditorium van het Antwerpse MoMu in 2024. De sfeer is ongemakkelijk; Ann Demeulemeester, Dirk Bikkembergs, Dirk Van Saene, Marina Yee, Walter Van Beirendonck en Dries Van Noten praten langs elkaar heen. Kakofonie. Het husselt de ruïne in de reünie.

De auteur fungeert als een spin in dit web. Hij trekt draden vanuit het centrum naar de individuele ontwerpers, verweven met de getuigenissen van sleutelfiguren als onder meer de Genkse make-upartiest Inge Grognard en bevoorrecht getuige Geert Bruloot die commercieel geschoeid de zes van meet af aan leest en tevens curator van de huidige tentoonstelling over de Zes. De ruimte tussen deze radialen wordt geleidelijk ingevuld door de schim van Martin Margiela, de officieuze zevende die als katalysator voor hun succes gold.

In elk gesprek betrekt Van den Boogaard iets anders: de tijdsgeest, een mode-academie waar de directrice liever paardrijdende rijkeluisdochters uit Schilde opleidde, de punk die vanuit Londen steeds luider weerklinkt, cafés en clubs waar identiteiten als jassen werden gewisseld.

De radialen tussen deze zes/zeven modestudenten hechten zich ook op achterliggende radicale tegenstellingen. Antwerpen tegenover Parijs. Londen en Tokio. De kunst-academie tegenover mode-atelier. Artistiek ten opzichte van commercieel. Tegenkanting en ruggensteun. Tekenen of naaien. Oude garde en avant-garde. Allemaal spanningen die het momentum van de Zes aan de Antwerpse mode-opleiding beïnvloeden. Alles lijkt te schuiven, te kantelen of te kraken. Alle energie hoopt zich op, terwijl de studenten wroeten en wrijven, ketsen en vonken.

De Limburgse onderstroom

Een belangrijke draad wordt gevormd door Limburg. Margiela’s slaapkamer in de Genkse Vennestraat wordt door Marina Yee beschreven als een ‘klein Versailles’. Niet rocksterren of sportidolen aan de muur, maar gouden kadertjes en Madame de Pompadour als teken aan de wand. Margiela en Yee zaten samen op de kunstschool in Hasselt, waar Marina een voortvarend en ongebreideld creatief woelwater bleek. Een bron waaraan Margiela zich gretig laafde. Zij zette de koers uit naar de Antwerpse Academie, en hij liet zich meevoeren. Yee moest echter haar jaar overdoen en dus ging Margiela haar voor. Wat hij vanaf dan eigenlijk altijd zou doen, zo leer je uit Van den Boogaards gesprekken met haar. Alsmaar radicaler, en zich daarachter verstoppend.

Ook de nicht van Dirk Bikkembergs mogen we dankbaar zijn. Zij nam hem mee naar een Tongerse boerderij voor een Amerikaanse vintage-treasure aan baseball shirts. Goed dat Vinted toen nog niet bestond. Fashionista Maddy deelde haar outfits met Dirk en samen gingen ze uit in Maastricht. Hij ontdekte wat kleren konden doen: aandacht trekken, identiteit aanmeten, macht uitstralen. Eerder dan rechten, veranderde hij zijn levensdoel naar modeontwerp.

Limburg slaat in het boek geen folkloristisch of mal figuur. Nee, het zorgt eerder voor iets onderhuids. Alsof begiftigend talent uit een terroir de bloedbanen in kruipt. Iets dat pas in de deconstructie van het latere beeld of silhouet opduikt als een eigen snit, schouderlijn of attitude. Van den Boogaard duidt dit treffend: Limburg bezit een vrije rijkdom, juist omdat men er niet de pretentie heeft het centrum van de wereld te zijn.

Middelpunt Margiela

Hoewel de titel focust op ‘De Zes’, claimt Margiela de meeste ruimte. Zijn afwezigheid in het collectief was een bewuste keuze voor Parijs en Gaultier, terwijl de anderen in Londen de tijdsgeest bestormden. Dat zij als groep de geschiedenis in gingen, was eerder een pragmatische oplossing voor de internationale pers die over hun namen struikelde. ‘The Antwerp Six’ bekte makkelijker en als sex makkelijk overdraagbaar.

Niet dat de glorie zich zo snel en makkelijk verspreidde. Het boek toont de individuele offers en de respectievelijke talenten die aanstekelijk werkten. Bij Dirk Bikkembergs was het de strategische doelgerichtheid. Bij Dries Van Noten — al dan niet noodgedwongen — de zakelijke flair en de commerciële vingervlugheid. Ann Demeulemeester drukte, dankzij Patrick Robyn en zijn foto-grafiek, een stempel op alles wat we nu personal branding zouden noemen. Dirk Van Saene ging voorop in kunstzinnig venijn en Walter Van Beirendonck nam de onconventionele baldadigheid op zich. En Marina Yee? Ingewikkeld.

Spiraaldraad van Marina Yee

In dat web van de Belgische mode fungeert Marina Yee als de spiraaldraad die alles lijkt bijeen te houden. Zij is de muze en de aanklager die Van den Boogaard meeneemt naar de schaduwkanten die de anderen liever oppoetsen. Zij toont de krochten achterin tot de kelder waar de anderen de etalage verkiezen.

Marina stierf tijdens het schrijfproces, eind vorig jaar, aan kanker. Aan haar ziekbed verschenen, op aandringen van de auteur, alleen Ann Demeulemeester en Patrick Robyn. De spiraal trekt misschien wel alles met zich mee in een diepte die men liever afgesloten houdt. De institutionele afwijzing van het boek door het MoMu — geannuleerde lezingen en geannuleerde bestellingen — suggereert dat de persoonlijke waarheid van Van den Boogaard botst met de gecureerde museumwerkelijkheid.

Wat dit boek presteert, kan een mode-expositie niet. Waar een tentoonstelling stopt bij het silhouet opgehangen aan de tijdsgeest, legt literatuur de menselijke frictie bloot. De Zes is een essentieel tijdsdocument. Het biedt geen gesloten narratief, maar blijft, als een goed weefsel, voortdurend in beweging.

Vier van de Zes hebben hun naam verkocht. Eén is overleden. Eén is nog actief. Hun mode leeft voort zonder hun keurslijf. Een paradox waar mode geen woorden voor heeft, maar literatuur gelukkig wel. Is het dan naïef te hopen dat iemand, misschien Van den Boogaard zelf, ooit deze krachttoer nog eens over doet? Zelfs zonder Marina Yee rust de rest alsnog bij zes.

Oscar van den Boogaard, De Zes — Het onvertelde verhaal van de Zes van Antwerpen. Pelckmans, 2026. Engelse vertaling in juni.

Expo ‘De Antwerpse Zes’, MoMu Antwerpen, t/m 17 januari 2027.