Raf Simons
designer
Vier metalen buizen, aangekleed als korsetten. Zo presenteerde Raf Simons (°1968, Neerpelt) in 1991 zijn eindwerk aan het toenmalige SHIVKV in Genk (vandaag LUCA School of Arts). ‘Corpo’ heette de reeks accessoirekastjes, en ze won de eerste prijs van de provincie. Niet het meubel interesseerde hem, maar de grens waar meubel en mode elkaar raken.
Van Genk naar de catwalk
Datzelfde jaar reisde Simons af naar Parijs voor de allereerste show van Martin Margiela. Helemaal in het wit, op een verlaten speelplaats. Hij huilde, en ging naar huis met een ander vak in zijn hoofd. Tussen 1991 en 1993 liep hij stage bij Walter Van Beirendonck. Renzo Loppa leerde hem de knepen van het kleermakersvak. In 1995 lanceerde hij zijn eerste mannenlijn onder eigen naam: smalle, rechte silhouetten geïnspireerd op punk en gothic, getoond door niet-professionele modellen die hij op straat rekruteerde. Trots op individualiteit, niet op type. De presentaties — op parkings, roltrappen, bruggen — waren even onconventioneel als de kleding zelf.
In 2000 zette hij de lijn stop en werd hij directeur en docent mode aan de Universiteit voor Toegepaste Kunst in Wenen. Een pauze, achteraf bekeken. Al in 2001 stond hij weer aan de tekentafel.
Jil Sander, Dior, Calvin Klein
Vanaf 2005 was Simons creatief directeur bij Jil Sander. In april 2012 stapte hij over naar Dior als opvolger van John Galliano. Daar dook hij in het archief van het huis en vertaalde de new look van 1947 naar het heden: sobere silhouetten in donkerblauw, grijs en zachtroze, gepresenteerd in een decor van één miljoen verse bloemen — omdat Dior van bloemen hield. Naast Dior en zijn eigen label werkte hij samen met onder meer Eastpak, Fred Perry, Adidas, Dr. Martens en het Deense textielhuis Kvadrat.
In oktober 2015 verliet hij Dior. In augustus 2016 werd hij creatief directeur bij Calvin Klein, maar die samenwerking eindigde vroegtijdig in december 2018.
Prada
In februari 2020 kondigde Prada aan dat Simons vanaf 2 april co-creatief directeur zou worden naast Miuccia Prada. Haar intellectuele radicaliteit, zijn jeugdculturele scherpte: de twee visies botsen en versterken elkaar, collectie na collectie. Hun eerste gezamenlijke collectie, lente/zomer 2021, werd in september 2020 gefilmd in de Fondazione Prada in Milaan.
Genk in de hoofdrol
Zes maanden later stond hij in Genk, en niet voor Prada. Voor de herfst/winter-collectie van zijn eigen label koos Simons niet Milaan, niet Parijs, maar de Barenzaal van C-mine: de machinehal van een steenkoolmijn die in 1988 dichtging en pas jaren later een kunstsite werd. Op 24 maart 2021 toonde hij daar zijn collectiefilm. Dertig jaar na zijn eindwerk keerde hij terug naar de stad waar hij begon — en hij zette er zijn eigen naam neer, niet die van een huis.
In 2022 sloot Simons zijn eigen label. Na 27 jaar tussen twee vuren — eigen handtekening én huisopdrachten — koos hij voor Prada alléén. Een vereenvoudiging die misschien teruggreep naar diezelfde pauze van 2000. De Barenzaal was, achteraf bekeken, een van de laatste beelden die hij onder eigen naam maakte.
Limburgse wortels, blijvend
Het Modemuseum Hasselt verwierf in april 2012 een substantieel deel van zijn archief. MoMu, het modemuseum van Antwerpen, bewaart aanvullend werk. Een ontwerper uit Neerpelt, een school in Genk, een mijnsite in Genk, een museum in Hasselt — de geografie laat zich niet wegdenken uit het verhaal. Die school en die mijnsite zijn intussen één adres. In 2009, achttien jaar na zijn eindwerk, verhuisde de opvolger van het SHIVKV naar C-mine. Vandaag heet ze LUCA School of Arts en geeft ze les op de plek waar hij zijn collectiefilm toonde.
Het gaat niet om de labels waar zijn naam op stond. Het gaat om een ontwerper uit Neerpelt die op een school in Genk begon met kastjes die eruitzagen als korsetten — en die telkens terugkomt om hier zijn beslissende beelden te maken.