MagazineNieuws

Margiela, de zevende van Limburg

  • Words

    Veerle Windels

Dertig jaar geleden presenteerde Martin Margiela zijn eerste collectie in Parijs. Niemand kon vermoeden dat hij het modesysteem radicaal zou veranderen. Meer dan twintig jaar lang bracht hij de wereld in vervoering met zijn ontwerpen, waarbij de aandacht altijd naar het concept, de emotie en het product ging, nooit naar hemzelf. Zelf bleef hij altijd in de schaduw staan. Ondanks deze ‘onzichtbaarheid’ oefent hij tot op de dag van vandaag nog steeds een zeer grote invloed uit op de hedendaagse modewereld. 

“Zou er echt iets in het water zitten?” Deze vraag kwam van een man die, net als ik, in de rij stond te wachten op een taxi. Het was London Fashion Week en enkele van de Belgische modeontwerpers hadden wederom laten zien hoe gedurfd en anders ze waren in vergelijking met de rest. Zat er inderdaad iets in het water? Wat kan ik zeggen? In die tijd – het moet aan het einde van de jaren tachtig geweest zijn – had ik geen hapklare antwoorden, maar vandaag zou ik zeggen: “Natuurlijk zat er iets in.”

Martin Margiela en zijn collega-ontwerpers van de groep die bekend staat als ‘de Antwerpse zes’ – die stuk voor stuk afzonderlijk werken, maar vaak in één adem genoemd worden – studeerden allemaal aan de modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Margiela’s roots liggen echter in Genk, daar groeide hij op en ging hij als jongere naar de kunstacademie. Zijn vrienden van toen herinneren zich Margiela als een ware kunstliefhebber die later gegrepen werd door het modevirus. “We namen nooit de tijd om te eten,” herinnert visagiste Inge Grognard zich. Zij was verantwoordelijk voor de beautylook van Maison Margiela en werkte zij aan zij met Martin voor alle visuals en modeshows. Nog steeds is ze een van Martins beste vriendinnen en heeft ze prachtige herinneringen aan de tijd dat ze samen op de kunstacademie zaten. “We hielden zoveel van kleding dat het een obsessie werd.”

In 1980 studeerde Martin Margiela af en verhuisde hij naar Italië. Hij kwam er echter al snel achter dat Parijs een betere optie was om helemaal op te gaan in de modewereld. Het kostte hem talloze telefoontjes eer Jean Paul Gaultier de tijd nam voor een persoonlijk gesprek, maar uiteindelijk wist hij de job te bemachtigen en bleef hij er bijna zeven jaar werken. In 1988 richtte hij samen met Jenny Meirens Maison Martin Margiela op. Jenny werd Martins ‘derde oog’ en leidde het bedrijf – ze kende de modewereld van binnen en van buiten omdat ze eerder twee boetieks gerund had in Brussel, waar ze collecties verkocht van, onder andere, Beretta, France Andrevie en Comme des Garçons.

De Margiela-onderneming startte met fantastische ideeën, maar zonder een rooie cent. De keuze voor Parijs als vestigingsplaats was Margiela’s eigen idee: hij wilde zijn visie delen met de volledige fashionscene. In Antwerpen blijven – wat de meeste van zijn collega-ontwerpers deden in die tijd – leek hem zonde van zijn tijd. Hij zag het hele plaatje voor zich: met een studio en een fantastisch team, met een modeshow, helemaal opgaand in het spel. Een spel dat hij vanaf het prille begin volgens zijn eigen regels wilde spelen. De eerste shows waren zo gewaagd en zo anders dat sommige modecritici een traan wegpinkten – Jean Paul Gaultier zelf zei tegen de media dat Margiela nauwelijks hulp nodig had. Hij was goed genoeg om zijn eigen merk op te zetten.

Na die eerste seizoenen bleef Maison Martin Margiela gestaag doorgaan. Zonder ook maar één investeerder – de eerste jaren waren een financiële nachtmerrie – maar met een duidelijke visie op wat mode zou moeten zijn: hedendaags, inspirerend, visionair, grensverleggend, voor echte mannen en vrouwen, ver verwijderd van de typische glitter en glamour, en vooral goed gemaakt, met een nadruk op handmatige technieken, echt vakmanschap en savoir-faire. Margiela ontwikkelde zich tot meesterkleermaker. Het feit dat een luxelabel als Hermès hem in dienst nam als creatief directeur voor hun dameskleding in 1997 – waar hij aanbleef tot 2003 – is een stille getuige van zijn buitengewone vaardigheden. Deconstructie en reconstructie, nieuwe vormen creëren op basis van oude kledingstukken die vaak gekocht waren op rommelmarkten in en rond Parijs, Maison Martin Margiela schepte een DNA dat niets gemeen had met de rest van de fashionscene – behalve misschien wat vage raakvlakken met de Japanse ontwerpers die net zo hard op zoek waren naar wat mode zou kunnen zijn.

Er is al veel gezegd en geschreven over het begin van de Belgische mode, over hoe Margiela en de Antwerpse zes te werk gingen. Maar het belangrijkste is zonder meer de manier waarop ze hun merk opbouwden: ze waren helemaal vrij. Door hun Antwerpse en – in Margiela’s geval – Genkse afkomst, was er nauwelijks een mode-erfgoed om te koesteren of in eer te houden. Deze ontwerpers hadden de vrijheid om een eigen wereld te creëren. Margiela’s visie werd uiteraard extra beïnvloed door zijn roots: hij was de zoon van een mijnwerker en groeide op in een stad waar armoede en werkloosheid aan de orde van de dag waren en waar de toekomstperspectieven er vaak hard en somber uitzagen. Margiela vluchtte naar Parijs en ik geloof niet dat hij een Plan B had. Hij moest en zou slagen. Dat is ook een typisch Vlaamse instelling: er gewoon voor gaan, ongeacht wat er op je pad komt of wat kan tegenzitten. “Het voelde echt fantastisch om een pionier te zijn”, zei Jennie Meirens in 2013 in de krant De Morgen. “We sliepen nauwelijks en werkten ontzettend hard. We vertrouwden op ons buikgevoel en we wisten dat ons bedrijf op een gegeven moment succesvol zou zijn.”

Margiela nam een belangrijk besluit vanaf het begin van zijn bedrijf: hij wilde niet het middelpunt van de belangstelling zijn als de ontwerper van zijn gelijknamige merk. Hij weigerde alle persoonlijke interviews en sprak alleen per fax met de pers (en later per e-mail), waarbij hij altijd in pluralis majestatis sprak. Het verhaal ging nooit over hem, het ging altijd over het merk en hoe al het werk gedaan werd door een heel team. Die gedachte projecteerde hij ook op zijn catwalk, waarbij hij vaak de gezichten van de modellen verborgen hield – vrouwen die op straat gecast werden, nooit reguliere modellen. Zelfs de showroom, en later ook de winkels, waren hoofdzakelijk wit: oud meubilair was witgeschilderd of omhuld met witte doeken. Nogmaals: de nadruk lag altijd op de kleding, het draaide allemaal om het project, nooit om een persoonlijk ‘kijk mij eens’-verhaal. Ook dat kan gezien worden als een uitgesproken Vlaamse eigenschap, een typische manier om op de achtergrond en onopgemerkt te willen blijven. Aan het begin van zijn carrière kreeg ik de kans om met Martin Margiela te praten en zelfs toen wilde hij het alleen maar over de collectie hebben, nooit over zijn privéleven.

Margiela heeft een nieuwe norm gesteld in de modewereld. Voor de meeste moderedacteuren was zijn energieke visie op mode – en de quasi viscerale manier waarop hij met glamour omging – moeilijk te bevatten. Sommigen vonden zijn ontwerpen ronduit grunge of punk, of welk excuus ze ook konden verzinnen om niet naar de show te gaan kijken. Sommige topjournalisten uit de modewereld deden er jaren over om hun eerste Margiela-show te bezoeken. Maar dat alles veranderde toen Martin gevraagd werd door Hermès om creatief directeur van hun dameskleding te worden. Van de ene dag op de andere behoorde Martin bij de elite en werd zijn Maison met serieuzere ogen bekeken. Zijn job bij Hermès speelde absoluut een grote rol bij de overname van Maison in 2002 door Renzo Rosso. Tot op de dag van vandaag is de impact van het Margiela-DNA enorm. Alessandro Michele, Gucci’s creatief directeur, heeft zeker veel geleerd van Margiela, net als Raf Simons, die Margiela zijn ‘absolute held’ noemt. Een hele generatie modestudenten is opgegroeid met de deconstructietheorie die Margiela tot casestudy verhief, zelfs bij marketingopleidingen. En laten we ook Vetements niet vergeten, het recente ‘collectieve’ project onder leiding van Demna Gvasalia, de Georgische ontwerper die ook mode studeerde in Antwerpen en die onlangs de Parijse modewereld in één klap veroverde. Gvasalia werkte een paar jaar voor Margiela en is er ook op gebrand om het modesysteem te veranderen door samen te werken met andere merken en zelfs zijn collectief in het rijk der haute couture te introduceren. Misschien houdt Martin Margiela van de Vetements-ontwerpen, misschien ook niet. We zullen het nooit weten, of wel?